Zo werkt het
- Kies de stap: hele uren, halve uren, kwartieren, per 5 minuten of op de minuut.
- Kies de opdracht: de klok aflezen, de wijzers tekenen, of allebei door elkaar.
- Print 6, 9 of 12 klokken per pagina. Het antwoordblad toont de tijden en de wijzers.
Stap voor stap klokkijken
Meestal leren kinderen in groep 3 eerst de hele en de halve uren, en in groep 4 kwart over, kwart voor en de tijden per vijf minuten. Elke instelling op deze pagina past bij een van die stappen.
Half vier is 3.30 uur
Bij “half” tel je in het Nederlands naar het volgende uur: half vier is 3.30 uur, een half uur vóór vier uur. Kwart over drie is 3.15 uur en kwart voor vier is 3.45 uur.
Voor half en over half
Rond het halve uur tel je vanaf de halve: 3.20 uur is tien voor half vier, 3.25 uur vijf voor half vier, 3.35 uur vijf over half vier en 3.40 uur tien over half vier. Daarna tel je weer naar het hele uur: 3.50 uur is tien voor vier. In groep 5 komen de digitale tijden erbij, ook na twaalf uur ’s middags: 15.45 uur.
De twee wijzers
De kleine wijzer geeft het uur aan en schuift langzaam van getal naar getal, de grote wijzer geeft de minuten aan. Om 3.30 uur staat de kleine wijzer precies tussen de 3 en de 4, net als op deze klokken.
Vragen en antwoorden
Hoe worden de tijden geschreven?
Zoals in een Nederlandse tekst: 3.45 uur, met een punt tussen de uren en de minuten. Een klok met wijzers laat niet zien of het ochtend of middag is: 3.45 uur kan ook 15.45 uur zijn. Daarover praten is een goede extra oefening.
Hoeveel klokken passen op een pagina?
Zes, negen of twaalf. Minder klokken betekent grotere wijzerplaten, en dat is makkelijker voor jonge kinderen.
Hoe zeg je 3.40 uur?
Tien over half vier. Je hoort ook twintig voor vier; allebei is goed.
Meer werkbladen
De werkbladen worden in je browser gemaakt. Wat je typt, wordt niet naar onze servers gestuurd.
↑ Naar boven